• Rijk : Animalia (dieren)
  • Stam : Chordata (chordadieren)
  • Klasse : Mammalia (zoogdieren)
  • Orde : Perissodactyla (onevenhoevigen)
  • Familie : Equidae (paardachtigen)
  • Geslacht : Equus (paarden)
  • Soort : Equus caballus

Terminologie

  • Hengst : mannelijke paard
  • Merrie : vrouwelijk paard
  • Veulen : paard tot n jaar oud
  • Jaarling of enter : paard tussen de n en twee jaar oud
  • Twenter : paard tussen de twee en drie jaar oud
  • Ruin : gecastreerd mannelijk paard
  • Dekhengst : hengst die is goedgekeurd om mee te fokken
  • Predikaat : paarden kunnen voor exterieur, beweging, eigen prestaties en nakomelingen en in aanmerking komen voor predikaten. Voor exterieur en beweging opeenvolgend: opnamen stamboek (stb.), ster, voorlopig keur, keur. Het hoogst haalbare is elite, preferent, prestatie en sport.
  • Pony : kleinere paardenrassen die volwassen een schofthoogte van minder dan 148 cm hebben. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld de paardenrassen Arabier, IJslanders, Haflingers en Fjorden. Deze blijven doorgaans onder de 147,3 cm, maar worden wel paardenrassen genoemd.

Algemeen

Het paard (Equus caballus) is een (gedomesticeerd) hoefdier uit de orde der onevenhoevigen, een van de ongeveer 10 huidige soorten uit de familie der paardachtigen (Equidae). De Latijnse woorden equus en caballus betekenen overigens beide "paard". Het paard wordt voornamelijk gehouden als rij- en trekdier.

Het paard behoort tot de onevenhoevigen (perissodactyla) en heeft per been slechts n teen. Van oorsprong heeft een paard vijf tenen waarbij de hoef feitelijk de vergrote nagel van de middelvinger is. Andere overblijfselen van de tenen zijn de griffelbeentjes (ring- en wijsvinger), de zwilvrat (duim) en het spoortje (pink).

Paarden zijn planteneters (herbivoren), maar geen herkauwers. De voortanden gebruiken ze om gras en dergelijke mee af te rukken, waarna dit door de kiezen vermalen kan worden. Paarden hebben in het totaal 20 of 18 tanden. Een hengst heeft 2 extra tanden tussen de snijtanden en voorkiezen: de haaktanden. In de boven- en onderkaak kaak hebben een hengst en een merrie : 6 snijtanden, 2 hoektanden, 6 voorkiezen en 6 kiezen. Tussen de snijtanden (voortanden) en de kiezen zitten de tandloze kaakranden, ook wel De Lagen genoemd. Hier ligt het bit op tijdens het rijden.

Zowel hun gehoor als hun reukvermogen zijn bijzonder goed ontwikkeld.

De manen, het lange haar op de bovenzijde van de hals, zijn vermoedelijk ontstaan als bescherming tegen roofdieren zoals katachtigen, die het paard op de rug springen en in de nek bijten. Door dan de aanvaller met bokkende bewegingen van zich af te schudden, verliest het paard enkel wat van zijn manen. De staart wordt gebruikt om insecten te verjagen.

Een paard heeft een hoogte dat gemeten wordt bij de schoft. Bij een schofthoogte tot 1,47 m spreken we van een pony, bij een schofthoogte van 1,47 m tot 1,57 m spreken we van een klein paard (ook wel E-pony, of 'damespaard' genoemd) en bij een schofthoogte van 1,57 m en hoger spreken we van een paard. De schofthoogte van volwassen paarden varieert sterk: de Falabella (een miniatuurpaard) is slechts zo'n 60 cm hoog, terwijl andere rassen bijna twee meter kunnen halen. Het grootste paardenras is de Shire. Dit ras wordt voornamelijk als werkpaard gebruikt.

De vacht kan zowel effen gekleurd als bont zijn. Veel voorkomende kleuren zijn bruin (met zwarte manen en staart), zwart, voskleurig (bruin-rood), geel en "vaal" (geel-grijs, soms neigend naar bruin of blauw).

Het paard is een kuddedier en kan zo'n dertig jaar oud worden.

Paardenvoer

Paarden eten vooral gras, kuilgras en hooi, maar ook kuilmais, voederbieten, melasse (een afvalproduct van de suikerindustrie), geplette gerst, zemelen, wortelen enz. Daarnaast is er allerhande paardenbrok, een in de fabriek samengesteld voeder, te verkrijgen.

Ook is het nodig om een liksteen speciaal voor paarden in de stal of de wei te plaatsen.

Energierijk krachtvoer voor paarden die veel arbeid moeten verrichten bevat vaak haver. Oude paarden kunnen vaak geen hooi of gras meer eten doordat hun gebit te ver af gesleten is. Hierdoor vermageren ze sterk. Half 2005 is er een zogenaamde senioren slobber voor deze paarden op de markt gekomen. De droogvoerkorrels worden aangemaakt met water (3 tot 4 liter per kg voer), waarna het door het paard opgeslobberd kan worden.

Ziekten en kreupelheid

Een paard kan net als een mens door meerdere oorzaken ziek worden of pijn hebben. Bij pijn aan een been spreken we van kreupelheid. Kreupelheid kan het beste in draf worden geconstateerd.

Bij pijn aan een voorbeen 'knikt' het paard met hoofd en hals: het dier 'valt' op het gezonde been, in een poging het pijnlijke been zoveel mogelijk te ontlasten.

Bij pijn aan een achterbeen houdt het dier het bekken scheef. Van achter is de pijnlijke helft van het bekken het laagste, omdat het dier zo weinig mogelijk op die voet steunt.

Het hoort tot de mogelijkheden dat het dier aan twee voorbenen of twee achterbenen tegelijkertijd pijn heeft, dan is het oog van een deskundige hard nodig. Bij bijvoorbeeld hoefbevangenheid kan een dier aan alle vier benen pijn hebben.

Voor verdere vragen kunt u natuurlijk altijd bij ons terecht.